Reading File 2 Animal Farm
Hoe
zit een Reading File in elkaar? Elke Reading File bestaat uit
twee delen:
A. het boek
Bij
elk hoofdstuk uit het boek staat een aantal vragen en opdrachten. Tijdens het
lezen van het hoofdstuk dien je de vragen te beantwoorden en de opdrachten uit
te werken. Er zijn ook algemene vragen die je voor of na het lezen van het boek
kunt beantwoorden
B. het verslag
In
het tweede gedeelte gaat het om je eigen beleving van het boek, wat je van het
boek vond. Er wordt niet zomaar om je oordeel gevraagd; door de vragen van dit
gedeelte te beantwoorden ontstaat je persoonlijke verslag.
A. het boek Algemene vragen en opdrachten
Deze
vragen en opdrachten kun je nu doen, maar ook als je met de andere vragen en
opdrachten klaar bent.
1. Noteer de
schrijver van deze roman.
2. Probeer wat autobiografische
gegevens over de schrijver te vinden, die verband houden met dit boek.
3. Wanneer is de roman gepubliceerd?
4. Tot welk genre behoort dit boek?
5. Wat
betekent de term allegorie?
6.
Wat is de allegorische betekenis van dit verhaal?
7. Wat is eenfabeH
8. Wat is het thema van dit boek, of
met andere woorden: welke 'boodschap' heeft de auteur voor zijn lezers?
Lees nu eerst hoofdstuk 1
9. Geef een samenvatting van Old Majors
toespraak; wat is zijn conclusie?
10. Noem
enkele tegenstelling tussen enerzijds Majors toespraak en anderzijds zijn lied Beasts of England.
Hoofdstuk 2 bevat veel belangrijke informatie:
11. Welke dieren blijken het
intelligentst te zijn?
12. Wat is Animalisml
13. Waar doet
de beschrijving van Sugarcandy Mountain
je aan denken?
14. Wat is de directe aanleiding van de
opstand?
15. Welke twee dieren nemen de leiding
van Animal Farm op zich?
16. Neem de seven commandments over en sla na elk
van de zeven een regel over.
17. Wat is je commentaar op de laatste
alinea van dit hoofdstuk?
Hoofdstuk 3
18. Wat vind je van de zin "With their .......... leadership
?"
19. Welk dier
werkt het hardst? Wat is zijn motto?
20.
Hoe ziet de nieuwe vlag eruit?
21.
Hoe worden de seven commandments
samengevat?
22.
Hoe verklaart Squealer dat alleen de varkens melk en appels mogen consumeren?
Lees nu hoofdstuk 4
23.
Wat blijkt uit manier, waarop de dieren hun boerderij verdedigen tijdens de Battle of the Cowshed7
24.
Wie krijgen de belangrijkste onderscheiding?
Hoofdstuk 5 gaat over de machtsstrijd tussen Snowball en
Napoleon
25. Hoe proberen ze elk de dieren aan
hun kant te krijgen?
26. Welk plan zaait grote verdeling
onder de dieren?
27. Op welke manier neemt Napoleon de
macht over?
Lees nu hoofdstuk 6
28. Welke verandering in het beleid van
Animal Farm kondigt Napoleon aan? Welke rol speelt Whymper daarbij?
29. En welke rol speelt Squealor in dit
hoofdstuk?
30. Schrijf de nieuwe versie van het
vierde Commandment onder de originele
versie van vraag 16.
Hoofdstuk 7
31. Beschrijf op welke manier Napoleon
de buitenwereld ervan probeert te overtuigen dat het de dieren voor de wind
gaat.
32. Welke dieren komen in opstand en
waarom?
33. Waarvan wordt Snowball allemaal
beschuldigd?
34. Geef een samenvatting van Clovers
gedachten aan het einde van dit hoofdstuk.
Lees nu hoofdstuk 8
35. Schrijf onder het zesde Commandment bij vraag 16 de nieuwe
versie.
36. Geef
enkele voorbeelden van Napoleons veranderde status.
37. Napoleons beleid is niet altijd
even duidelijk voor de andere dieren; geef 2 voorbeelden.
38. Noem
enkele verschillen tussen de Battle of the Cowshed en de Battle of the
Windmill.
39. Noteer bij
vraag 16 de nieuwe versie van het vijfde Commandment.
Lees nu hoofdstuk 9
40. De tegenstelling tussen de levensomstandigheden
van de varkens en die van de andere dieren wordt steeds groter; geef enkele
voorbeelden.
41. Hoe wordt Boxer "beloond"
voor zijn harde werken?
42. Beschrijf het trieste einde van dit
hoofdstuk.
Hoofdstuk 10
43. Welke grote tegenstelling wordt beschreven
aan het begin van hoofdstuk 10?
44. "...... the terrified neighing ofa horse sounded from the yard."
Waarom is Clover zo bang?
45. Door welk
ene Commandment worden alle andere
vervangen?
46.
Om welke 3 redenen prijst Pilkington Animal Farm?
47. In zijn
toespraak kondigt Napoleon een aantal veranderingen aan; wat gebeurt er met a.
het woord comrade? b. de vlag? c. de
naam Animal Farm
48. Geefje commentaar op de laatste
regel van het verhaal.
De
antwoorden en uitwerkingen van al deze vragen en opdrachten vormen samen een boekverslag.
Je gaat nu een persoonlijk verslag schrijven met behulp van de vragen
hieronder. Het gaat vooral omje persoonlijke ervaringen tijdens het lezen en je
eigen oordeel over het verhaal.
B. het verslag
49. Vertel
waarom je het verhaal al of niet moeilijk vond en gebruik daarbij één of meer
van onderstaande redenen:
-
er komen veel / weinig moeilijke woorden in voor
-
de schrijver gebruikt lange, ingewikkelde / korte eenvoudige zinnen
-
er komen veel / weinig personen in voor
-
het Engels van de schrijver is anders dan / hetzeltde als het Engels wat je op
school hebt geleerd
-
er komen in het verhaal veel / weinig namen en begrippen voor die je niet kent
-
je weet genoeg / te weinig van de historische/sociale achtergrond van het
verhaal
-
je moet veel / weinig tussen de regels door lezen
-
de schrijver vertelt het verhaal wel / niet in chronologische volgorde
-
de schrijver weidt nogal eens / weinig uit
50.
Wat vind je van de schrijfstijl van
de schrijver? Gebruik in je antwoord één of meer van de
volgende
woorden: zakelijk, afstandelijk, objectief, subjectief, hoogdravend,
sentimenteel, satirisch, ironisch,
..........
Wat
vind je van de verteltrant van de
schrijver? Gebruik in je antwoord één of meer van de volgende woorden: spannend,
meeslepend, boeiend, saai, langdradig, onsamenhangend, ..........
51.
Vind je dat de titel van het verhaal een kernachtige weergave van de inhoud en
het thema is? - Ja. want ..........
-
Ja, want
-
Nee, want
52. Wie is
volgens jou het belangrijkste dier in het verhaal?
53. Welke
gevoelens heeft dit dier bij je opgeroepen tijdens het lezen? Maak bij je
antwoord gebruik van één of meer van de volgende woorden:
- begnp,
sympathie, bewondering, emotie, respekt, gemengde gevoelens, medelijden,
irritatie, afkeuring, verachting, walging, ...........
Probeer
bij jezelf na te gaan waarom je dat voelde.
54. Beschrijf het "karakter"
van het belangrijkste dier. Gebruik bij de beantwoording één of meer van de
volgende woorden:
-
gesloten/openhartig, zeltverzekerd/onzeker, introvert (= in zichzelf
gekeerd)/extrovert (= op de wereld gericht), eerlijk/niet altijd eeriijk,
rustig/ongedurig, moeilijk/flexibel, ..........
55.
Welk dier in het verhaal stond je het meest tegen? Verklaar waarom.
55. Wat vind
je van het einde van het verhaal? Zou je liever een ander einde hebben? Waarom
wel / niet?
56. Een
klasgenoot wil dit boek gaan lezen. Schrijf een positief of negatief advies van
ongeveer 25 woorden.
57.
Zou je nog wel eens een andere roman van deze schrijver willen lezen? Licht je
antwoord kort toe.
Voeg
nu je boekverslag en je persoonlijke verslag bij elkaar en je hebt een compleet
leesverslag.